Geplaatst door Peter op dinsdag 24 november

Maandagochtend 11:00. Ik kijk rond in de wachtkamer van de huisarts en denk: dit nooit meer. Het is nog geen 24 uur later als ik aan deze blog begin. Ik betrap mezelf op de gedachte wanneer gaan we weer? Hoe het kan dat het fietsen zoveel verschillende emoties in je oproept, dat weet ik niet. Ik weet in ieder geval zeker dat de Tocht van Groningen van 2020 er heel veel heeft opgeroepen! In deze blog doe ik uitgebreid verslag. 


Route-details 

Route: Tocht van Groningen
Datum: 13 september 2020
Route: 330 km (in werkelijkheid 309 km) of 110 km
Omstandigheden: droog met wind
Fiets: Cube Attain Race
Bekijk de Strava activity en hoogtepunten op Instagram.


De voorbereiding

Even terug naar ruim 10 dagen geleden. Of ik mij wilde aansluiten bij twee hardrijdende dames die mee gingen doen aan de 330 van de Tocht van Groningen? Ze zouden nog hun best doen om meer mensen “zo gek te krijgen”. En oh ja, de start was op zondagochtend om 3:00 ’s ochtends. Op zo’n moment, een zaterdagavond, lekker warm thuis op de bank, met een blond biertje, besef je je nooit zo goed hoe het is om een week later met 200 km in de benen tegen de wind in te rijden. Ik checkte snel even het weer voor Groningen (Groningen stad, fout 1) in de voorspelling (over 8 dagen, fout 2) en bedacht mij nog dat als ik 230 km solo kon rijden - het rijden in een groepje, maar dan 100 km meer - makkelijker moest zijn. En ’s nachts opstaan om te rijden? Dat leek mij een leuke ervaring (fout 3). Ik dronk mijn biertje op en schreef mij in. Dromend van de vierkantjes op VeloViewer en de Longterm NL Challenge viel ik in slaap.

De koers

Hoe anders was het een week later. Op een luchtbedje in een huis in Eelde, rond 20:30 ’s avonds, kon ik de slaap moeilijk vatten. Ik had denk ik al met al een uurtje of drie tot vier geslapen als om half 2 de wekker gaat. We hebben ondertussen een groepje van vijf, twee sterke dames en drie mannen, waarmee we vanuit Eelde rond 2:30 vertrekken richting de stad Groningen. In onze tocht komen we andere fietsers tegen, dronken lui die zich rot schrikken en heel verbaasd zijn over de wielrenners op dit tijdstip. Er wordt gelachen. De stemming zit er goed in.


Bij de start blijkt dat er ongeveer honderd deelnemers op dit tijdstip zijn. We worden in twee groepen weggeschoten en er vormen zich al snel wat groepen rond de 25 á 30 deelnemers. Wij zitten in het eerste deel van de een na laatste groep. Ik zit geheel niet lekker op mijn fiets, dat merk ik vooral aan mijn hartslag, die veel te hoog is, en mijn hamstrings die meteen vollopen. Alsof ik ongetraind op de fiets stap. Slaaptekort en me een weekje niet heel fit voelen lijken mijn lichaam op dat moment in een spagaat te dwingen. Gaan we echt fietsen? Nu? Ik probeer mij in de groep te settelen en neem mij voor om te sparen. Tot de 250 km moet ik geen trap te veel doen, is de ambitie.

En opeens zit ik op kop. Samen met een jongen die ik op dat moment leer kennen als Jan. Jan heeft een extreem mooie Cannondale, zit er gesoigneerd uit. Ik voel aan alles dat ik hier de minst sterke ben. We hebben een kleine wind op kop, maar hij babbelt er rustig op los terwijl het tempo ruim boven de dertig ligt. Ik ga kapot. We zijn nog geen 35 km onderweg. Zodra we een vluchtheuvel moeten ontwijken, laat ik mij even zakken naar de tweede rij. Erik, die bij ons groepje van vijf hoort, fietst naast mij en merkt dat ik niet lekker zit. Ik wuif het een beetje weg en zeg dat ik er wel doorheen kom. Maar nog geen 5 km later zitten we samen op kop en schiet mijn hartslag het rood in. Ik weet dat we ons moeten laten afzakken, maar pas 3 km later neem ik het besluit. Op het moment dat we achter in de groep aankomen laat iemand zijn bidon vallen. Automatisch houd ik mijn benen stil. In ons clubje wachten we altijd op elkaar… Maar nu wacht er niemand, ik zit op een gat. Ik zat al in het rood en moet extreem hard trappen om weer bij te komen. Uiteindelijk rijd ik daar mijn maximale hartslag van de dag. We zitten rond de 50 km, ik mag er nog ruim 250. 

Het is al bijna 6:00 als ik Sanne door de groep zie zakken. “Mijn band loopt **** leeg!” schreeuwt ze. We stoppen met ons groepje van vijf, de rest verdwijnt in de nacht. Het is 11 graden, koud en donker. 80 kilometer in de benen. Ik ben nog nooit zo blij geweest met een lekke band. Terwijl we ook door de laatste groep worden ingehaald, kan ik even rekken, strekken, mijn adem normaliseren en mijzelf wat moed inpraten. Het kan alleen maar beter worden, toch? 

Bij de eerste stop in Bourtange zet ik mijn Cube tegen een boom aan. Het wordt al licht, de lampjes kunnen uit. Binnen wacht een kopje koffie. Eindelijk. Na deze nodige stop in Bourtange sluiten we weer aan bij een grotere groep. De route brengt ons  langs en soms door Duitsland. Over idyllische mooie paadjes, langs vissers die vreemd opkijken, richting Nieuwe Stratenzijl waar we de Westerwoldsche Aa oversteken en voor het eerst voelen dat er zuidwestenwind waait met windkracht 5. We rijden langs de dijk, over het eerste rooster en… “Niet wéér!” De tweede lekke band in ons groepje, weer Sanne. We stoppen. We zijn de grote groep weer kwijt. Na de tweede lekke band volgt een derde. Raad eens van wie? En dan worden we bijgehaald door een motorrijder van de organisatie. Derk, onze held. Hij heeft namelijk ook buitenbanden bij zich. Hopelijk kunnen we daarmee het probleem verhelpen. Onder het toeziend oog van honderden schapen vervangt Sanne wederom haar band en rijden we naar de tussenstop in Termunterzijl. Daar is onze motorrijder Derk ook. De groep heeft gewacht. We vullen snel de bidons en sluiten aan.


Tegen de wind in worden er waaiers opgezet. Erg lastig als er veel onervaren waaierrijders zijn (zoals ik), maar het gaat redelijk. Totdat Sanne weer lek rijdt op een rooster. Het is de voorband deze keer. We laten de groep weer gaan. Derk haalt ons nog in, maakt een praatje en laat ons achter. Het wordt een waaier van vijf, langs de lunchstop in Noordpolderzijl naar Lauwersoog. En ondanks dat we eindelijk, ein-de-lijk naar het zuiden afbuigen (we hebben menig zenuwinzinking ondertussen achter de rug), hebben we de wind nu vooral pal op kop. We weten, dit duurt nog 50 km, totdat we de zuidgrens van de provincie weer bereiken. Bij Erica, de laatste tussenstop, vertrekken we met een ander groepje van vijf.

Het weer is ondertussen prachtig qua temperatuur en zon. De wind moeten we nog ruim 30 km op kop trotseren. Na 25 ben ik er even helemaal klaar mee; de waaiers werken niet met de andere fietsers erbij, ik ben moe en bekaf door die wind. Gelukkig ziet de wereld er, met nog 30 km te gaan, weer anders uit als de wind weer schuin van achteren komt. We zijn het kale landschap voorbij en er kan weer gepraat worden in de groep. Als we na ruim 300 km Groningen binnenrijden overheerst de trots nog meer dan de opluchting. 


De route vanuit de routebouwers

Zoals altijd is een goede route een afweging tussen waar en over welke weg je wilt rijden. In dit geval is de route bijna naadloos aan de provinciegrens gelegd. Dit betekent dat de route zelf een aantal vervelende boobytraps in petto had voor de deelnemers.

Rijden in het donker 

’s Nachts fietsen is sowieso een veiligheidsuitdaging. Alle deelnemers waren echter op pad met goede verlichting en de verschillende groepen waren goed te zien. Een van de eerste spannende momenten was wel in het donker langs het Hoornsemeer, waar twee bochten van 90 graden nét op tijd in de groep werden aangegeven en er gelukkig niemand rechtdoor het water in reed. De route was in het donker veilig te noemen. De groepen besloten wel om continu over de weg te rijden waar het 60 km/u was, en niet over de smalle fietspaden.

Rijden in een groep 

Tot aan de eerste stop bij Bourtange was het goed mogelijk om in een groep te rijden. Van Bourtange naar Lauwersoog (zo’n 130 km) was de route niet geschikt voor grote groepen, en op grote stukken niet eens geschikt voor wielrenners. De dijk langs het water was open voor schapen. Naast dat we daardoor veel dieren moesten ontwijken, lag er veel schapenstront. Overkomelijk? Ja. De vele - wel 50 - wildroosters waren dat echter niet. Er waren veel lekke banden onderweg die toe te schrijven waren aan de roosters. Twee daarvan zijn extreem gevaarlijk. Die gaan de hoogte in, als een vluchtheuvel, maar door de opzet van stalen buizen zie je dit pas heel laat. Behalve dat we veel roosters tegenkwamen, stonden er ook hekken op de paden die in zo’n 30% van de gevallen ook nog eens dicht zaten. Daar moest de groep tot stilstand komen en elkaar er 1 voor 1, lopend of steppend, doorheen laten.


In het laatste deel van de route, vanaf Lauwersoog, was de route mooi, veilig en bijna geheel vrij van gevaarlijke situaties. Op één (voetgangers)tunneltje na, waarbij iedereen lopend de trap af en op moest. Een afweging in het voordeel van de locatie van de route, maar erg in het nadeel van de banden van de deelnemers. Goed om je daar van tevoren op in te stellen als je meedoet.

De organisatie

De organisatie van dit evenement was op vele vlakke fantastisch te noemen. Een organisatie met vrijwilligers die dag en nacht in touw zijn voor de wielrenners is bewonderenswaardig. De goed georganiseerde start, tussenstops en eindpunt laten zien dat ze als een professionele organisatie draaien. Heel knap.

Toch zijn er altijd wel een paar verbeterpuntjes te noemen. Voor mij persoonlijk waren de grootste minpunten: 

  • Het feit dat de route zelf essentieel korter is dan 330 km (namelijk 309)
  • Dat – ondanks de beperkte inschrijving voor deze afstand – mijn shirt pas half oktober komt, en ik er niet al in kon shinen

Daarnaast werd er door de eerste groepen bij de tussenpunten zo hard gehamsterd, dat er voor de latere deelnemers (door lekke banden bijvoorbeeld) geen eten meer was. Hier was bij de lunch gelukkig goede controle op. Maar daarvoor grepen wij, en toch zeker 20-25 andere deelnemers, helaas mis. Dat gezegd hebbende, verdient deze organisatie een groot applaus en diepe buiging voor de inzet, vrolijkheid en verzorging. En ik hoop dat deze tocht en de kleinere versie nog vele jaren zo succesvol in deze grootte mogen bestaan. 

De finish

Zondag- op maandagnacht deed ik geen oog dicht. Maandag bij de huisarts deed ik mijn verhaal. Al sinds begin van de week had ik klachten in het maag-darmgestel. Schijnbaar is een extreme tocht dan toch onhandig… De huisarts had wel een oplossing. Met een tasje vol poeders - en niet nader te noemen gênante zaken - vertrok ik bij de apotheek. Ruim 8 uur later voelde ik mij 100 keer beter. En nu? Nu ben ik helemaal verliefd op het idee om langs de hele grens van Nederland een vierkantje op VeloViewer te hebben staan. Wanneer gaan we weer?

Deel dit artikel via:

Maak gratis een
account aan!